
Samen eten in de natuur kende men in het gebied rond de Middellandse Zee al in de oudheid. In onze streken was het vanaf het begin van de landbouw gewoonte om eten mee te nemen naar de akker, dat dan gezamenlijk geconsumeerd werd. Ook jachtgezelschappen hebben een lange traditie van picknicks. En in de adellijke kringen gold het honderden jaren lang als bijzonder fatsoenlijk om bij een uitstapje op het land doeken uit te spreiden en daarop zittend de gezamenlijke maaltijd te gebruiken. Verschillende kunstschilders hebben het thema van de picknick uitgebeeld, zoals Carl Spitzweg en Caspar David Friedrich.
De term picknick is overigens jonger dan de traditie. De precieze oorsprong is onbekend en zowel de Britten als de Fransen zeggen er aanspraak op te kunnen maken. Tijdens het tijdperk van koningin Victoria verspreide de term zich. Zij picknickte erg graag en daardoor kreeg het picknicken een zeer deftig imago. Zelfs heden ten dage is picknicken bij sportieve gezelschapsevenementen in Groot Brittannië een regelrechte “happening”. De Britse traditie van de picknick komt op humorvolle wijze tot uitdrukking in de films van Karl May. Wanneer de Britse heren daar ook in netelige situaties niet willen afzien van hun kopje thee met een stukje cake onder de blote hemel.
In Duitsland is de picknick tegenwoordig vooral een bezigheid voor paren die op die manier „alleen met z’n tweetjes“ in de natuur kunnen zijn. In de picknickmand zoals wij die nu kennen, zijn daarom de meeste items in tweevoud aanwezig. Daar horen bestek en borden bij, servetten, glazen, drinkbekers, een thermoskan en een deken. En natuurlijk het eten en de drank.